Hij wilt of hij wil?

Eén van mijn grootste taalergernissen is het foutief vervoegen van het werkwoord willen. Het lijkt vandaag de dag wel mode te zijn om te zeggen “hij wilt”, “wie wilt” enzovoort. Hele volksstammen lijken er van overtuigd dat dit de juiste wijze van vervoegen is.

Hij wilt mij Nederlands leren

Hoe vaak hoor je tegenwoordig niet het woordje wilt waar je wil zou moeten gebruiken? En niet alleen in de spreektaal, ook in de schrijftaal is het inmiddels diep verankerd. Waren het eerst nog vooral buitenlanders die deze fout maakten, tegenwoordig zegt bijna iedereen onder de twintig “hij wilt”.

Vooral jonge vloggertjes (wat een woord) op YouTube maken zich hieraan massaal schuldig. “Ze wilt niet in beeld”, “Wie wilt er een glaasje Champagne?”, “Hij wilt ons steken”. Zomaar een greep uit de vele voorbeelden die ik op YouTube voorbij heb zien komen. Men hoort het anderen zo zeggen en neemt het klakkeloos over. En wanneer iemand ze erop wijst dat het fout is zullen ze het nog bestrijden ook.

Stam plus t

Ooit sprak ik iemand die “hij wilt” zei hierop aan en zei dat het “hij wil” moest zijn. Nee hoor, was het antwoord, je zegt ook “hij loopt” dus dan  is het ook “hij wilt”, stam plus t. Wat diegene vergeet is dat willen een onregelmatig werkwoord is en je daarop niet het ezelsbruggetje voor d of dt kunt loslaten. Doch zij leek overtuigd van haar gelijk en bleef stug “hij wilt” zeggen.

Taboe om iemand op taalfouten aan te spreken

Het lijkt sowieso al een taboe om mensen op hun taalfouten aan te spreken. Vaak word je al gauw als een zeikerd gezien. Helaas, de taalverloedering lijkt een algemeen geaccepteerd iets. Wanneer je iedereen op elke taalfout zou aanspreken zou het ook wel erg veel worden, doch zo nu en dan kan ik het niet laten.

Op internet is het nog “gevaarlijker” om iemand op taalfouten aan te spreken. Ik zag eens iemand op een forum die grappen maakte over het Engels van een politicus. Daarbij schreef hij zelf voortdurend “hij wilt dit”, “hij wilt dat”.

Ik kon het niet laten en schreef dat hij zelf beter om zijn Nederlands kon denken in plaats van commentaar op iemands Engels te leveren. Vervolgens kreeg ik al zijn internetvrienden op mij af. Ik zal het niet citeren maar de meest milde reactie was dat ik hem niet op argumenten kon bestrijden en daarom maar over zijn Nederlands begon. En dat terwijl ik niet eens deelnam aan de politieke discussie.

Onregelmatig werkwoord

Terug naar de kern van het probleem. Om de een of andere reden lijkt men het onregelmatig werkwoord niet meer te kennen en wordt alles op dezelfde manier vervoegd. Mensen zijn kuddedieren en nemen snel dingen van elkaar over zonder daarover na te denken. Hierdoor worden fouten die je regelmatig in de media tegenkomt helaas al gauw gemeengoed.

Ik vrees dat het een kwestie van tijd is voor de onregelmatige werkwoorden officieel worden afgeschaft en dat stom klinkende “hij wilt” gelegitimeerd wordt. Maar daar wens ik mij niet bij neer te leggen, noch bij alle andere vormen van taalverloedering.

Hij wilt en jij wil

Naast het “hij wilt” doet zich nog iets geks voor. Het lijkt wel of men de overbodige t weer wil compenseren door deze weg te laten bij “jij wil”. Hier hoort er namelijk wel een t achter doch deze wordt weer massaal weggelaten. En gek genoeg heeft dit niets te maken met het vervoegen van een onregelmatig werkwoord als een regelmatig werkwoord.

Ik denk dat dit uit de spreektaal komt waar het minder opvalt. En toegegeven, “jij wil” klinkt niet zo stom als “hij wilt”.

Werkwoord willen vervoegen

Voor degenen die net als ik tegen de taalverloedering zijn en de juiste vorm willen gebruiken hier een korte vervoeging van het werkwoord willen in de onvoltooid tegenwoordige tijd:

ik wil
jij wilt
hij/zij/het wil
wij willen
jullie willen
zij willen

Kijk voor een uitgebreide vervoeging op de pagina “Werkwoord willen vervoegen“.

Laat een reactie achter

Strijd mee tegen de taalverloedering en deel dit artikel met je vrienden!